Het leven en de dood


Onlangs vroeg iemand mij hoe ik over de dood denk. “Is dat voor jou iets wat gewoon bij het leven hoort? Iets wat de Schepper van het leven bedoeld heeft als eind van het leven?” Vragen die niet zomaar even te beantwoorden zijn.

Als ik wil duidelijk maken hoe ik over de dood denk, wil ik allereerst vertellen hoe ik over het leven denk. Voor mij is de aarde een plek waar we dat kunnen ervaren wat we willen ervaren. We hebben een lichaam waarmee en waardoor we dingen kunnen doen en kunnen ervaren wat de gevolgen zijn van keuzes die we maken. Je kunt dingen doen die je lichter maken of juist verdichter (zie ook mijn blog hierover). Wat mij betreft is daar geen goed of fout in, hoewel je dat wel zo kan beleven doordat je manier van denken en doen tot lijden kan leiden, psychisch en/of lichamelijk.

Door je te bevrijden van het lijden, wat inhoudt dat je alle blokkades in je systeem heelt en niet meer vast zit of gehecht bent (aan mensen, dieren, spullen, bezigheden ed.), sterf je als het ware levend en is er vrede en liefde in je hart. In het lichaam is een volledige ontspanning. De meeste mensen zitten op het moment van sterven nog vast aan veel zaken. Dat kan het moment van het leven los laten tot een strijd maken.

Sterven is voor mij niets anders dan het lichaam en het leven los laten. Op dat moment kan duidelijk voor je worden hoe je ervoor staat en als je niet onverwachts heen gaat kun je nog op je leven terug zien en soms alsnog het een en ander bewust loslaten. Dat wat je geleerd hebt en dat wat onopgelost is gebleven draag je mee in je ziel en zal je volgende levens bepalen. Mijn bestaan eindigt dus niet bij dit leven maar zal in een andere vorm doorgaan met nieuwe kansen en nieuwe mogelijkheden, tenzij ik al levend gestorven ben, alles ervaren heb hier op aarde wat er voor mij te ervaren valt en er geen onopgeloste zaken meer zijn.

In dit proces en tijdens je leven(s) op aarde kun je dichter of verder van God zijn. Verder van God zijn betekent meestal meer lijden, meer verdichting, afgesloten zijn van de levensenergie en liefde, meer behoefte om je eigen hachje te verdedigen of je onvervulde behoeften via anderen en materie op te eisen. Hoe dichter je bij God bent hoe meer liefde, levensenergie en ontspanning je zult ervaren. Er is geen moeite meer; je bent en ervaart vreugde in je bestaan ongeacht de omstandigheden.

Zoals ik denk dat ik God toebehoor, van God kom en er weer naartoe zal gaan, zo behoort mijn lichaam de aarde toe. Dat kan ik bij leven ervaren als een één-zijn met de aarde en bij sterven zal mijn lichaam weer door de aarde opgenomen worden. God toebehoren betekent voor mij dat ik niet alleen weet dat ik gouden licht ben, maar dat ook in elke cel van mijn lichaam leef. God toebehoren betekent voor mij ook dat ik geen mens toebehoor en dat geen mens mij toebehoort. Sterven is in die zin één van de ervaringen die bij het leven hoort, net als geboren worden en alles er tussenin, als een geschenk van het bestaan of God aan jou.

@ Wonieka A. Meuter

Advertenties