OK, het is van mij. Wat nu?



In de blog “Is het wel van jou?” beschrijf ik onder andere hoe je er achter kunt komen of dat wat je ervaart wel van jou is. In deze blog wil ik hier nog verder op in gaan en ook wat behulpzaam kan zijn als je je als het ware bezet voelt door iets wat je op de een of andere manier opgepikt hebt. Weten of het wel van jou is of niet maakt het gemakkelijker om je niet te identificeren met de klacht of het gevoel. Daarna begint het leren omgaan ermee.

Erbij leren blijven
Bij veel mensen is er de neiging is om bij het gevoel, de emotie of klacht vandaan te gaan. Dat kan onderdeel zijn van je overlevingspatroon. Als kind heb je altijd in min of meerdere mate te overleven in de situatie waarin je opgroeit. Geen ouder is volmaakt. Als je erg gevoelig bent of helderziend dan kunnen gebeurtenissen heel heftig binnen komen. Je ziet en voelt dingen die je niet kunt plaatsen als je jong bent. Vaak begrijpen de volwassenen ook onvoldoende wat er met je aan de hand is en hebben ze zelf onvoldoende ruimte voor jouw gevoelens. Een oplossing kan zijn om bij het gevoel vandaan te gaan. Dat betekent meestal dat je daardoor minder in je lichaam aanwezig kan zijn. Minder in je lichaam aanwezig zijn betekent ook dat je als het ware niet thuis bent en dat daardoor anderen gemakkelijker je huis (je lichaam) binnen kunnen komen zonder dat jij het in de gaten hebt. In het ergste geval word je een speelbal voor allerlei energieën, soms zelfs zonder dat je dat in de gaten hebt. Daar kun je aardig van in de war raken.

Het is dus belangrijk om voelend aanwezig te blijven bij dat wat je ervaart. Mindfulness of vipassana meditatie zijn mooie methoden waarmee je je dat eigen kunt maken.

Spanningen
Eigenlijk is er altijd sprake van spanningen. Ik noem dat ook wel verkrampingen. Angst maakt dat we verkrampen, net zoals je lichaam verkrampt door kou. Begrip krijgen over angst en de verschillende uitingsvormen daarvan kunnen voor jezelf behulpzaam zijn, maar ook om met mededogen om te gaan met dat wat anderen uitzenden. Hoewel je de angst misschien niet zo vaak voelt is het bij de meeste mensen wel aanwezig en bepaalt het ze meer dan ze in de gaten hebben. De meest basale angst is de angst om dood te gaan, de angst om ziek te worden, of dat er iets met je lichaam gebeurt. Zeker als je denkt dat je het lichaam bent en dat het alles is wat je hebt. Denken dat je het lichaam bent is denken dat je man of vrouw bent, kind, vriend, baas, werknemer enz. Wanneer je daarmee geïdentificeerd bent zul je jezelf bijvoorbeeld gaan verdedigen als je denkt dat iemand je aanvalt. Angst leidt altijd tot verkramping. Die verkramping leidt er meestal toe dat we dan meer in het denken en in het hoofd gaan, uit het lichaam. Ook omdat we te bang kunnen zijn om te voelen wat er te voelen valt.

Ontspannen
Ontspannen kan dan heel lastig zijn, maar het is wel een sleutel. Intenser ademhalen kan daarbij helpen. Het heeft mij ook geholpen bij het warmer krijgen van mijn lichaam. Als ik mij moe voel door energie dan krijg ik een helderder hoofd.

De ademhalingstechniek is vrij eenvoudig. Je ademt minimaal 30 keer intens in en uit, zodat je veel zuurstof binnen krijgt. Het ademen doe je zo ontspannen mogelijk. Je kunt je buikspieren gebruiken om de adem makkelijker uit je lichaam te krijgen, daardoor gaat het inademen meestal ook meer vanzelf. Hoe vaker je dit doet hoe makkelijker het ademen gaat. Na de dertigste uitademing houd je je adem in zo lang als je kunt. Tijdens dat vasthouden voel je in je lichaam en laat je zo veel mogelijk spanningen los. Vervolgens adem je een flinke teug in en dat houd je ongeveer 15 tellen vast. Ondertussen ‘stuur’ je de zuurstof naar plekken die het kunnen gebruiken. Meestal doe ik 3 rondes. Dat is het meest effectief. Vaker kan ook. Het is van belang om je aandacht te houden bij wat je aan het doen bent. Tellen kan daarbij helpen.

Deze ademhaling kun je prima in bed doen, bij wakker worden of wanneer je gaat slapen. Sommige mensen worden er echter te wakker van, maar het kan ook zijn dat je er zo ontspannen van wordt dat je gemakkelijker in slaap valt. Het valt overigens ook prima te integreren in je dagelijkse leven. Je kunt het namelijk ook tijdens een wandeling doen, fietsen, autorijden of achter het aanrecht.

Levensenergie
Adem is leven, ademen brengt vitaliteit. Door intensief te ademen kun je levendiger gaan voelen, vitaler. Ademen versterkt en bekrachtigt je levensenergie. Het is deze levensenergie die planten laat groeien na de winter en waardoor er weer bladeren aan de bomen komen. Het is de energie die leven geeft aan de materie en aan het lichaam en wat je verbindt met de wereld om je heen. Je kunt het visualiseren als een gouden licht en ook voelen in je lichaam als je daarop je aandacht richt. Het lichaam is voor mij het voertuig voor wie ik ben, een voertuig dat ik nodig heb om hier op aarde te leven en ervaringen op te doen. Ik zie en ervaar het steeds meer als een tempel waar ik zorgvuldig en liefdevol mee om wil gaan.

Hallo-meditatie:
Energetisch werk is onontbeerlijk als je om wilt gaan met energie, maar dan wel ìn je lichaam. Een grondingskoord visualiseren is behulpzaam als je het ook kunt voelen. En dat kan best lastig zijn als je in je hoofd terecht gekomen bent. Zo heb ik de hallo-meditatie bedacht en ontwikkeld voor mezelf. Het bleek ook voor anderen behulpzaam bleek ze onvoldoende in hun lichaam aanwezig waren, teveel in het hoofd zaten of te gespannen waren.

De meditatie gaat als volgt: neem even de tijd om je lichaam te voelen. Je kunt deze oefening zowel zittend als liggend doen. Neem waar hoe het met je lichaam is als een constatering: “Zo is het”. Breng dan je aandacht naar je voeten en voel hoe je voeten voelen; je kunt je voeten van binnen voelen, maar ook voelen waar je voeten contact maken met zijn omgeving (je schoenen, het matras enz.) Kijk of je ook je tenen afzonderlijk kunt voelen. Begroet vervolgens je voeten door vriendelijk tegen ze te zeggen: “HALLO voeten”. Op deze manier ga je van beneden naar boven je hele lichaam langs, onderdeel voor onderdeel. (Als je afdwaalt kun je besluiten om opnieuw te beginnen of verder te gaan met de plek die je herinnert dat je daar het laatst was).

Als je je hele lichaam begroet hebt, kun je het eventueel uitbouwen door je aandacht te richten op het volgende: voel hoe het in- en uitademt. Voel het kloppen van je hart, het speeksel in je mond, het voedsel in je buik, je kleren tegen je huid. Voel de levensenergie in je lichaam. Onderzoek de ruimte die je lichaam inneemt – de lengte, omvang, gewicht. Voel de voor- en achterkant, de bovenkant, de onderkant en de zijkanten. Begin een dialoog met je lichaam – probeer de taal ervan te begrijpen. Vraag hoe het lichaam zich voelt – kijk of het vermoeid of gespannen is. Luister naar het antwoord. Stemt het met je plannen in of niet.

Als je bedreven bent geraakt met deze oefening dan kun je hem overal doen, op elk moment van de dag.

Op blote voeten lopen
Wandelen in de natuur en specifiek in het bos geeft mij ontspanning. Ik kan mij omhuld voelen door het bos waardoor ik mijn eigen levensenergie gemakkelijker kan ervaren. Sinds ik blootsvoets loop is dat effect veel sterker geworden. Waar ik op schoenen nog wat op afstand bleef, voel ik nu door het directe contact met de aarde (zonder daar nu steeds mee bezig te zijn) mij veel meer deel uit maken van de omgeving. Alsof door het openen van de antennes onder mijn voeten, alle andere zintuigen ook helderder worden en ik meer waarneem. Zowel letterlijk door het zien van allerlei beestjes en plantjes, het voelen van verschillende temperaturen, als ook de verschillende sferen die er kunnen zijn. Daarbij brengt het lopen op blote voeten je gemakkelijker in het moment, doordat je net iets beter hebt op te letten waar je loopt en je aandacht vanzelf naar de zolen van je voeten gaat.

Mededogen
Er zijn vast nog meer dingen te bedenken die behulpzaam kunnen zijn bij het omgaan met energie. Last but not least wil ik mededogen noemen. In de maatschappij waar we opgegroeid zijn en leven kunnen we heel hard zijn naar elkaar en streng en veeleisend naar onszelf. Het maakt ons hart koud en ons lichaam verstijfd. Mededogen is met een warm en mild hart kijken naar onszelf en de wereld om ons heen. Mij helpt het om mij keer op keer te bedenken dat we volgens mij hier op aarde zijn om iets te ervaren en dat we allemaal onze eigen specifieke ervaringen op doen. Iedereen doet daarin precies dat wat hij te doen heeft naar het begrip dat diegene op dat moment heeft. Daar is geen goed of fout in. Ook is het niet aan mij daar iets van te vinden of te denken dat ik kan weten wat goed is voor iemand of hoe hij het zou moeten doen.

Hoe lastig of zwaar ik het ook kan vinden op sommige momenten, het is precies dat wat ik mee te maken heb, want anders was het wel anders geweest. Het laat zien wat mijn pad is en wat ik heb te doen. Ik maak het mee zodat ik kan zien en ervaren waarin ik helemaal leef wie ik ben en waarin nog niet.

Kijken met de ogen van onschuld

In een wereld waarin we gewend zijn te wijzen naar een ander en anderen te vertellen hoe ze zich zouden moeten gedragen, kan het bevrijdend zijn om te gaan kijken met de ogen van onschuld. Kijken met de ogen van onschuld is voor mij een kijken met ogen die alles gezien hebben en die nergens meer van op kijken. Het is een onbevangen kijken als een jong kind, vol verwondering over wat het ziet en dat iets voor het eerst ziet.

De ogen van onschuld kijken vanuit een mededogend hart. Het hart heeft begrepen dat er niets te verwijten valt, dat niemand iets fout doet of goed. Elke ervaring draagt bij en heeft bijgedragen aan inzicht en begrip. De collectieve overtuiging dat er een goed of fout is – waarmee de meesten opgevoed zijn – kan een enorm struikelblok zijn in het begrijpen dat het eigenlijk niet bestaat en welke consequenties het denken in goed en fout voor onszelf en de wereld waarin wij leven heeft en heeft gehad.

Consequenties

Denken in goed of fout impliceert dat er anderen zijn die weten wat goed of fout is. Kinderen leren dat volwassenen het weten en raken daarmee af van hun eigen weten. Volwassenen vertellen kinderen hoe zij zich behoren te gedragen, of zij het zelf in de praktijk brengen of niet. Iets goed moeten doen of fout kunnen doen levert een constante spanning op, vanwege de behoefte aan goedkeuring en de angst voor afkeuring. Hoe frequenter en langduriger dit plaatsvindt, hoe belangrijker de mening van anderen voor je wordt en hoe minder je nog kunt voelen wat voor jou zelf van waarde is. Benaderd worden als kind op een manier waarin je het goed of fout doet, kan maken dat je je gaat aanpassen aan dat wat je denkt dat er van je verwacht wordt of je gaat juist rebelleren tegen de eisen die er aan je gesteld worden door bijvoorbeeld dwars te worden.

Voorbij dualisme

Iets is of goed, of het is fout wanneer je dualistisch denkt. Zelfs wanneer je weet te nuanceren blijft de behoefte aan duidelijkheid en kaders  overheersen. Je creëert daarmee een wereld die overzichtelijk lijkt en waarin ‘alles’ een vaste plaats heeft. Je hebt de goeden en de kwaden, de gezonden en de zieken, je bent rechts of links. Dat is wat je ziet. En wat je ziet onderstreept de ordening die je graag wilt zien om verwarring en onzekerheid te voorkomen. Het kan daarom moed vragen om voorbij goed en fout te gaan denken en iets te gaan zien zoals het is. Iets kunnen zien zoals het is vraagt een open hart waarin alles gevoeld kan worden zoals het tot je komt, zonder de behoefte te voelen het anders te maken. Je staat als het ware met je armen open en zegt “O, is dat zo?”, bij wat je ook voelt, denkt of doet. Je hoeft niet te interpreteren, niet te duiden. De ruimte die daardoor ontstaat verbreedt je kijken, je zien en je begrip. Dat wat je eerder niet zag, kun je ineens wel zien. De spanning die je eerder voelde valt weg en zelfs je longen kunnen zich dieper vullen.

O, is dat zo?

“O, is dat zo?” kun je op verschillende manieren lezen, horen of uitspreken afhankelijk van je intentie. De pijn uit het verleden die goed- en afkeuring je opgeleverd heeft, hebben je hart doen sluiten, zodat je je zomaar onverschillig of vlak kunt voelen bij iets dat je eigenlijk zou kunnen raken. “O, is dat zo?” kan dan hard klinken en koud, want wat kan jou het schelen? Bovendien wil je er niets mee te maken hebben, want je wilt er geen last van hebben. Hoe meer de pijn geheeld is, hoe meer in het “O, is dat zo?” verwondering zal klinken. De noodzaak tot reageren, tot je verdedigen en je verschansen wordt minder en minder. Het wordt stil vanbinnen, als een zee waar aan de oppervlakte het tumult is van een storm en waar het in de diepe lagen stil blijft.

Gebeuren

Goed of fout bestaat niet. In mijn beleving is er een gebeuren. Ik zie iets gebeuren en ik kan zien hoe het gebeurd is en wat het gevolg ervan zal zijn. Iets heeft altijd een consequentie en als ik die kan en wil zien, kan ik op basis daarvan keuzes maken. Ik ben in staat om te leven volgens mijn intenties en het innerlijke weten te gehoorzamen. Met onschuldige ogen kijk ik de wereld in en ik zie. Met een mededogend hart dat vertrouwt maak ik mee.

© Wonieka A. Meuter